
De kater valt eigenlijk wel mee. We hadden verwacht dat de gasmelder wel af zou gaan, vanwege mogelijke benzinedampen, maar de nacht is stil voorbijgegaan. Het laatste deel van de nacht althans, want we lagen er pas om half vier in.
Rond half tien staan we maar op. Eerst een bakje koffie, en dan wat zwemmen. Misschien worden we daar wel iets helderder van. Als we buiten op de stoeltjes zitten, komt Brigitte aangelopen en met een grote mok koffie komt ze bij ons zitten. Ze komt effe buurten. Brigitte is de afgelopen nacht wat eerder naar bed gegaan, maar heeft in ‘de buurt’ al gehoord over de dansprestaties van Monique. Brigitte vraagt wanneer we weg gaan. Als we zeggen dat we morgenochtend verder willen trekken, vertelt ze dat ze dat wel jammer vindt, omdat ze ons uit wil nodigen voor een afscheids-BBQ morgenavond. Huna en zij vertrekken dan richting huis na 3 weken op deze plek te hebben gestaan. Die uitnodiging kunnen ...
we niet afslaan. Daarbij komt dat we gehoord hebben dat het morgen ook nog markt is in Zaharo, 12 kilometer verderop, en daar willen we ook nog wel naar toe op de fiets. Als Brigitte weer vertrokken is zien we langzamerhand ook de rest van feestgangers naar buiten komen.
Monique wordt langzamerhand toch iets minder lekker. Terwijl ze niet zo veel wijn gedronken heeft als ik, en heel wat gewend is als geroutineerd carnaval-ster. Weliswaar betreft de genuttigde alcoholische waar met de carnaval slap bier, maar toch. Ze overweegt om een paracetamol te nemen met wat water, met het idee ‘als het blijft zitten dan werkt het misschien, en als het eruit komt dan moet het ook zo zijn’. Alleen bij het idee al komt het eruit. Geknield voor het toilet, dat kan Monique zich niet heugen. Even gaan liggen, weer knielen, dat gaat zo nog een tijdje door. Daarbij komt dat ze de hele vakantie al wat aan het sukkelen is met haar maag.
Vanaf haar werkvakantie naar Kenia eerder dit jaar zit het niet helemaal lekker in haar maag, en na deze vakantie moet ze toch nog maar eens naar de huisarts.
Terwijl bij mij de gevolgen van vannacht beperkt blijven tot een ietwat verstoord evenwichtsgevoel en een lichte neiging tot loensen, gaat het met Monique slechter. Die is voorlopig het bed niet meer uit. ’s Middags gaat het iets beter, en ze kan zowaar iets eten, hoewel dat beperkt blijft tot een cracker en wat bouillon. Daarna ligt ze de hele middag buiten maar wat op de stretcher te liggen, half in schaduw. Ik ga een stukje fietsen, want door een betere bloedcirculatie zijn de alcohol en andere stoffen ook sneller uit het lijf, heb ik het idee. Ik doe mijn snelle pakje aan, pak de ATB van de camper en neem de enige weg die mogelijk is. Ik kom langs de Duitse Hoek en krijg applaus voor mijn goede voornemens. ‘Der Alcohol muss raus!’ roep ik in het voorbijgaan. Ze begrijpen het. Opwarmen gaat vanzelf bij 30 graden. Ik rijd een stuk vlakke weg naar het hele kleine dorpje. Ik heb geen idee waar ik heen zal gaan. Op een gegeven moment moet ik de E55 op, waar ik gezien de rijstijl van de Grieken niet zo veel trek in heb. Als ik dan na 100 meter een afslag ‘acropolis Kato Samiko’ zie, neem ik die.
Ik moet vóór gelijk op het kleinste blad en achter nog net niet op het grootste. Nou, dan weten de fietsers onder jullie het wel. Het is een haarspeldweggetje met boven de 10 procentjes omhoog. De eerste 5 minuten asfalt, de volgende 5 minuten greffel, en daarna greffel, stenen en vooral veel kuilen. Ergens halverwege staan wat sterke kerels grote rotsstenen in een 4-wheeldrive vrachtauto te gooien. Ze zien mij omhoog komen hijgen en denken waarschijnlijk iets in de trant van ‘die’s niet wies’, maar dan in het Grieks. Maar ik geef niet op en na 20 minuten heb ik de Acropolis bereikt: een historische opgraving uit de tijd dat onze lieve Heer nog niet op aarde was. Ik ben de enige bezoeker, waarschijnlijk van de hele week. Na een half uurtje rondgelopen te hebben in de verzengende hitte, begin ik aan de afdaling. Ik groet vrolijk de stenengooiers weer, en ben snel beneden. Dan fiets ik nog relaxt wat over wat zandpaden richting camper. Maar eerst duik ik nog het stuk bos in wat achter onze camper ligt.
Een prachtig bos, ware het niet dat hier de Grieken echt tot het uiterste zijn gegaan wat betreft vervuiling. Dit is werkelijk niet te geloven. Daar kan iemand die nooit in Griekenland is geweest zich waarschijnlijk nooit een voorstelling van maken. Om de 30 meter liggen tot diep in het bos afvalhopen met matrassen, puin, kleinmeubels, plastic, glas, en ……ik houd maar op, want het is diep diep triest!! Dan raak ik zowaar nog een beetje verdwaald. Op een gegeven moment rijd ik het open veld in en moet plotseling remmen voor een schildpad die oversteekt. Gelukkig ziet hij mij en trekt op tijd zijn hoofd in.. Ik denk dat de richting waarin hij vervolgens wegrent best een aanwijzing voor mij zou kunnen zijn, en besluit ook die kant op te fietsen. En ja hoor, slalommend tussen het Griekse afval en duizend lege hagelpatronen kom ik op de weg vlak bij onze camper uit. Stoffel, bedankt!
Bij de camper tref ik het stilleven van Monique op de stretcher nog net zo aan. Alsof ik niet weg ben geweest. Het gaat wel ietsje beter met haar, maar de oude is ze echt nog niet. Ik trek snel het fietspak uit en het zwempak aan, want dat heb ik wel verdiend. De zee sluit zich als een verkoelende en verkwikkende deken om mijn hete lijf. Ik blijf zo een tijdje dobberen en kijk een beetje over het immens lange strand waar ik, met uiterste inspanning van mijn ogen, tussen de eindpunten van mijn blik naar links en rechts, ongeveer 15 mensen zie en drie zwerfhonden. Geweldig.
Het avondeten omvat vanavond niet veel. Het lijkt ons beter om Monique’s maag niet al te veel werk te laten doen, dus doen we het met soep en brood.
We hangen nog wat rond, lezen wat bladzijden en gaan op tijd slapen, ter compensatie van de afgelopen nacht. Kali Nichta.
Kato Samiko - KM 26335 - N37°31.848’ E21°34.610’
mm2greece2009/maps weergeven op een grotere kaart
0 reacties:
Een reactie plaatsen