Rond negen uur worden we wakker. De wind is wat gaan liggen. Gelukkig heeft het wat geregend vannacht, zodat ook het zand is gaan liggen, want het waaide door de kleinste openingen naar binnen. Maar het klaart al weer aardig op en buiten is het 25graden. We gaan op zoek naar de bakker die we gisterenavond gezien menen te hebben.
De laatste kleine regendruppels vallen op ons hoofd als we door dit leuke Methoni wandelen. Dan zien we twee bakkerijen vlakbij elkaar. We kiezen de rechtse maar.
Met de lekkere verse psomi in een plastic tasje wandelen we weer terug, langs de oude burcht die we straks nog willen verkennen. Na het ontbijt checken we de mail op de onbeveiligde internetverbinding die nog steeds in de lucht hangt. Ondertussen vertrekken er weer ...
wat campers, komen er nieuwe, en krijgen we andere buren. Een hele oude Hymer die bewoond wordt door een Duits stel. Na heel veel heen en weer gesteek staat het ding eindelijk op zijn plaats. Na de afwas trekken we onze nieuwe wandelschoenen aan, want het wordt hoog tijd dat die dingen - en wij ook - hun best gaan doen, want erg sportief zijn we deze vakantie nog niet geweest.
Op naar de burcht. John vertelde gisteren dat een bezichtiging de moeite waard is. Jullie hebben misschien al begrepen dat wij na 4 jaren Griekenland niet meer zo ‘van de bezichtigerige’ zijn, maar deze burcht lijkt ons wel een mooie, en hij staat min of meer voor onze deur. Inderdaad, een heel imposante verschijning als we voor de muren staan, en even later via de originele stenen brug, over waar eens een gracht was, de toegangspoort binnen gaan. We hebben er meteen geen spijt van. Het is een enorme oppervlakte waarop deze vesting met burcht gebouwd zijn, en al rondlopend, trapjes, doorgangen en vervallen torens verkennend, fantaseren we over hoe daar vroeger het leven moet zijn geweest….. Daar sta ik, Ridder Michello met de schone jonkvrouw Monika, vanachter de kantelen van de toren over de woest aanstormende zee uitkijkend. Monika’s prachtig witte, geborduurde zijden gewaad wappert tezamen met haar diepzwarte glanzende haren in de wind. Met mijn in een zijden handschoen gestoken hand pak ik de hare, ik zak op mijn knieën, en omhoogkijkend in haar smaragdgroene ogen wil ik de enige echte eerbare gelofte doen, en vooruit dan, ook nog een paar oneerbare, en opeens hoor ik ‘You make picture?’. Achter ons staat een Japanner die graag een foto wil van hem met op de achtergrond de restanten van de kasteeltoren. Back to reality lopen we verder en brengen op deze prachtige locatie veel meer tijd door dan we van te voren bedacht hadden. Echt de moeite waard, vinden we.
Rond half drie komen we terug bij de camper. Daar zien we ook de buren in levende lijve. In de buurvrouw zit wat minder leven. Zij blijkt een rollater nodig te hebben, waarmee ze in haar eentje wat op en neer loopt. De man rommelt van alles op en om hun camper. Veel communiceren ze niet met elkaar totdat de vrouw opeens allerhande bevelen begint te geven. Blijkbaar staat, ondanks het gemanoeuvreer van vanochtend, de camper nog steeds niet goed. Zittend op de rollater, achter en naast de camper, schreeuwt de vrouw haar man toe hoe de camper dan wèl te plaatsen. Het ding wordt gestart, gaat naar achter, weer naar voren, afgezet, en staat nu 10 cm meer naar links. ‘Nein!’ roept die Frau. Starten, naar achteren, naar voren, 5cm naar rechts, en weer uit. De man komt trots uit de camper, maar Die Frau roept: ‘Nein, ich hab’s doch gesagt! Du kannst doch niks!’ De man, met een blik van ‘ben ík dan zo gek’, stapt weer in, en na alle voorgaande handelingen staat de camper hetzelfde, maar dan een halve meter naar achteren. Die Frau wordt bijna hysterisch, schreeuwt behalve dat haar man ‘niks kann’ ook nog ‘ICH GEH INNS HOTEL!’, en we krijgen het sterke vermoeden dat de vrouw niet alleen fysiek iets mankeert, maar dat er psychisch ook aardig wat aan de hand moet zijn. En daarmee is het verhaal nog lang niet af, maar we zullen jullie het halve A-viertje met de volgende parkeerhandelingen maar besparen. Uiteindelijk denken we dat hun camper nu op 5 centimeter na hetzelfde staat als vanochtend. We hebben medelijden met de man, die steeds heel rustig blijft, maar ons lijkt dat hij zich ondertussen toch aardig op moet liggen vreten. We weten natuurlijk niet waarom de vrouw zo is. Misschien heeft ze hersenletsel gehad, en heeft ze daardoor deze fysieke en mentale onvolkomenheden. Maar het moet een hel zijn voor de man.
Ach ja, dan moet de man ook steeds wandelen met hun…. tja,wat is het eigenlijk? Zo te zien valt het in de categorie ‘hond & kat’. We denken dat het een soort van Chi-Waai-Waai is. Waarschijnlijk omdat het nog steeds stevig waait, en de man daardoor bang is dat het hondje wegwaait, pakt hij het beestje met lijn en al maar in de armen, en wordt het ‘met de hond wandelen’ iets anders dan de meesten waarschijnlijk verstaan onder het ‘met de hond wandelen’. Omdat de hond/het hondje behoorlijk lang behaard is valt hij nog een béétje op. Als hij geknipt zou zijn, zou de eerste de beste voorbij wandelende magere zwerfkat krom liggen van lachen. Volgens ons kun je net zo goed een goudvis nemen. Daar kun je ook tegen praten, hij/zij verhaart niet, en het voordeel is dat je het voer gewoon in zijn/haar waterbak kunt gooien.
Na ons over dit alles verbaasd te hebben, vertrekken we om iets verder noordwaarts een volgende overnachtingsplaats te zoeken. We moeten a.s. donderdag in Patras zijn voor de boot naar Ancona, en we willen dit stuk niet in één keer rijden. Rond 14:00 uur rijden we weg uit het leuke Methoni. De hoofdweg die er - zoals wel meer hoofdwegen in Griekenland - helemaal niet altijd als een hoofdweg uitziet, slingert door de stad Pilos. Midden in de stad kom je op een sfeervol vierkant plein uit, waar wordt aangeduid dat het een rotonde is. Daarna slingeren we via haarspeldbochten zeer stijlvol de stad uit. Links beneden zien we de haven, waar tegenwoordig met grote regelmaat campers worden weggestuurd. Maar er staan dan vaak ook wel 15 tot 20 campers, en dat is voor de politie waarschijnlijk net iets teveel van het goede. Wel jammer voor de horeca in Pilos, terwijl er ons inziens niemand last heeft van de camperaars daar.
De weg wordt langzamerhand steeds smaller en slechter. We merken dat er in dit gedeelte van de westkust flink gebouwd wordt, want de ene tegemoet komende zandauto na de andere dwingt ons tot afremmen en het opzoeken van de berm. Je ziet dat er zo tientallen uitwijkplaatsen zijn onstaan, die samen met de weg besluierd zijn met het typische roodbruine zand wat onmiskenbaar bij de stranden in deze streek hoort. We zoeken naar Mati Beach, waar we twee jaar geleden met onze vorige camper zo prachtig een aantal dagen gestaan hebben. Vorig jaar bezochten wij ook deze plek, maar toen was het een enorme domper. Er was van alles aan het strand veranderd, je kon er nauwelijks meer staan met de camper, en er hingen nogal wat vreemde mensen rond op deze plek, waardoor we toen maar snel doorgereden zijn.
Nu proberen we het weer, en als we de plek oprijden zien we meteen dat er weer geprobeerd is om deze plaats wat te pimpen. Er staat nog een camper en we zetten de onze er een meter of tien voor. De oprijblokken die we deze vakantie nog niet nodig hebben gehad, halen we nu wel tevoorschijn, want we hangen behoorlijk naar rechts op dit schuine stuk. We zijn het erover eens dat we hier blijven slapen, want de plek voelt weer goed. We nemen eerst maar eens een ouzo, wat standaard gaat worden als we op een nieuwe plek arriveren. We genieten van het uitzicht op dit werkelijk prachtige strand, met op de achtergrond Pilos. De zee is woest. Er rollen enorme golven het strand op, o.a. het gevolg van de stormachtige wind van de vorige dag. Ik twijfel nog even om te gaan zwemmen, maar ik heb respect voor de krachten van de natuur, en houd het maar bij douchen. Al douchend om me heen kijkend besef ik wat een bofkonten we zijn om dit hier te kunnen doen. Als ik later foto’s maak van Monique onder dezelfde douche, op dat eenzame strand, zie ik haar in het beeld opgaan, alsof het een schilderij is. ‘En hij zag dat het zo goed was’…
De zon gaat langzamerhand onder, en ergens hebben we het vermoeden dat hier wel eens veel muggen kunnen zitten. Onze Duitse buurman vermoedt dat waarschijnlijk niet, want hij installeert nog vrolijk de buitenbarbeque. Tien minuten later worden we gestoken door de eerste muggen en gaan we snel naar binnen om daar maar te koken. In onze buitenspiegel zien we de buurman al barbecueënd wild om zich heen slaan. Aan de diepe bruine huid van de buren hadden we afgeleid dat ze toch al een hele tijd door Griekenland rondtrokken, en dus ook wel voldoende muggenervaring zouden hebben.
Helaas zitten wij dus alweer om zeven uur binnen.
Wat het eten betreft doen we het gemakkelijk: we maken soep. Een beetje van Honig en een beetje van Monique. Daarbij eten we brood met tsasiki. Als ik tijdens het eten een beetje wild opsta, neem ik en passant het tafelkleed mee, met daarop nog een halve kop soep van Monique. De soep is vervolgens all over the place. Op Monique, op het tafelkleed, op de plaid van de bank, en op de grond. We vouwen alles in elkaar en doen het in een plastic zak die we dicht knopen en zolang maar even bij de voetenruimte van de bijrijderstoel zetten. ‘Dat wassen we morgen wel’ zeggen we. Nadat we de vloer schoongemaakt hebben, is er gelukkig nog een toetje. We lezen, schrijven, kletsen en proberen te slapen. Dat laatste duurt even omdat de golven flink wat herrie maken.
Als je goed luistert, is het alsof je aan een snelweg staat, waar beurtelings een vrachtauto en een personenauto voorbij razen. We overwegen nog even om oordopjes in te doen, maar vallen toch in een ongestoorde slaap.
Mati Beach / Golden Coast / Gargaliani - KM 26502 - N37°00.513’ E21°38.208’
mm2greece2009/maps weergeven op een grotere kaart
2009-10-03
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

0 reacties:
Een reactie plaatsen