
Wat zijn we toch verwend. 's Morgens wakker worden, de jaloezieën openschuiven en dan een prachtig strand met een blauw-groene zee letterlijk voor onze neus zien. De deur openen, de slippers aan, tien passen door wat greffel/gras en dan nog honderd passen door het geel-rode zand, tot de voeten in het water van 25 graden staan. Dan effe lekker poele poele en een beetje naar de visjes kijken die aan je benen snuffelen. Na het badderen ...
weer honderd passen terug naar de douche. Tussen de waterstralen door ruik je de espresso al en zie je de andere camperaars ook met hun slaapkoppen naar buiten komen.
We weten het, als het elke dag zo zou gaan, is het leven ook geen uitdaging meer, maar voor een maandje of zo is het helemaal OK. Zo moet God in Frankrijk, of de goden in Griekenland zich gevoeld hebben.
Maar eerst ontbijten. Daar valt niet veel over te vertellen, dat hebben we gisteren al uitgelegd. Dan maar over het weer: het is prachtig! Het lijkt alsof de regen en wind en het onweer van gisteren de laatste stuiptrekkingen waren van het ietwat onbestendige weer van de laatste week, want vandaag is het strak blauw en schrijnend heet. Een stranddag dus. Heerlijk, niet anderhalf uur rijden met de auto, en dan nog een uur in de file staan, 15 euro parkeergeld betalen, en vervolgens een plekje zoeken waar je je handdoek nog net kunt neerleggen. Nee, gewoon 10 meter voor je camper op het strand gaan liggen met alles achter en bij de hand. En je moet hier goed ver kunnen gooien, wil je de dichtstbijzijnde medestrandganger kunnen raken. Hier aan de westkust van de Peleponnesos is zo ongelooflijk veel strand, voor zo weinig mensen. We snappen niet dat de taverne’s die hier langs de kust staan een bestaansrecht hebben. Toch horen we dat de taverne van Mike, waar wij bij staan, van eind mei tot nu genoeg omzet draait om de winter door te komen. Vandaag is die laatste dag van het seizoen. De ‘Duitse hoek’ gaat vanavond ook weer eten, en Huna (van nr 157) komt ons vragen of wij ook mee gaan. Voor deze keer collaboreren wij van harte mee, want met ‘laatste-dag-van-het-seizoen-van-de-taverne’ hebben wij leuke ervaringen!
Maar eerst nog de dag door zien te komen. Dat gaat snel, want behalve ontbijt, niksen en af en toe zwemmen, lunchen, niksen en af en toe zwemmen, en lezen natuurlijk, gebeurt er niets opzienbarends. Rond zes uur zien we de mensen van de ‘Duitse hoek’ voorbereidingen maken voor het eten bij de taverne van Mike. Sommigen staan al in hun nette outfit. Oei, we moeten opschieten, want we lopen nog in badkostuum. Effe snel douchen dus en de uitgaanskleren aan. Het duurt uiteindelijk toch nog tot zeven uur voor de Duitsers ons ophalen. Dan nog 30 meter lopen en we zijn er. Er is al een lange dis klaargezet voor ons. We zijn met ongeveer 15 personen: Duitsers, 2 Hollanders (wij dus), Costa de Griek en zijn Duitse vrouw die vlakbij wonen, en de Griekse zus van Costa. Als we gaan bestellen komen we tot de ontdekking dat deze taverne een vistaverne is. Da’s ook wat, want wij lusten geen vis. Nou ja, Monique lust wel een lekkerbekje en kibbeling, en ik daarbij ook nog nieuwe haring en rolmops, maar een vistaverne in Griekenland heeft alles behalve dat. We proberen nog uit te leggen hoe de vangst van rolmopsen gaat. Dus een stuk augurk aan de vishaak en iemand op de kant staat dan klaar met een houten prikker..., maar mijn Grieks laat me daar toch in de steek. ‘Kalamares’, zegt Mike. Dat is het enige wat ze nog op het menu hebben staan vanavond. Nou mooi niet dus voor ons. Behalve Kalamares 'kookt' de kok vanavond alleen nog gebakken aardappels, Griekse salade, tsasiki en rode wijn en rosé.
Wel gemakkelijk, zo’n eenvoudige keuze. Net voordat Mike bij ons komt voor de bestelling, roept ergens vanuit de keuken iemand wat Grieks. Wij horen sowieso het woord ‘tsasiki’. Vervolgens zegt Mike tegen ons ‘no tsasiki, is finished’. We waren er al bang voor.
We bestellen dus gebakken aardappels, Griekse salade, en een liter wijn. Was het leven in Nederland ook maar zo simpel. Na een paar wijntjes komt het eten op tafel. Als we al die zuignappen van die kalamares bij onze tafelgenoten op hun bord zien liggen denken we ‘daar kun je een hoop handdoekhaakjes van maken’. Maar wij zijn gelukkig met onze piepers en sla. En vooral de wijn natuurlijk. Ja, de wijn vloeit rijkelijk vanavond, en ook daar waren we al bang voor. Ondertussen zijn er ook wat Grieken gearriveerd om te komen eten. Dat is altijd een goed teken zeggen we dan. ‘Als er Grieken komen eten, dan zal het eten wel goed zijn’. Nou ja, de aardappels zijn in ieder geval heel goed, en de salade is ook voortreffelijk.
En ondertussen begint het aardig gezellig te worden, joh! Hoe simpel de strandtaverne ook is (eigenlijk gewoon een buitenmaats veranda met plastic - eventueel oprolbare - zijwanden), Mike heeft de modernste muziekcomputer met touch-screen staan. Hij neemt overigens ook de bestellingen op met Touchscreen-PDA. De glazen- en bordenwasser die in een soort dubbelrol tevens DJ is, weet met zijn muziekkeuze de juiste sfeer te raken om de mensen op de vloer te krijgen. Toegegeven, hij had enig voordeel van de al genuttigde wijn. De hele boel gaat aan het dansen. Een paar uitgesloten. Inclusief mij, maar dat wisten jullie al, als je over de bruiloft in Fiskardo gelezen hebt. Vooral Monique blijkt een natuurlijk talent voor de Griekse dans te hebben. Al snel is zij deze avond een veelgevraagde danspartner voor zowel de Duitse als ook locale Griekse gasten. Mannen als ook vrouwen. Mooi om te zien is dat hier ook de mannen zich absoluut niet generen om alleen hun dans op voeren. Prachtig. Geen vaste passen, maar het lichaam laat zich lijden door het ritme van de muziek. En eigenlijk ben ik stiekem wel een beetje jaloers op deze ongeremdheid...
Monique komt niet meer van de vloer af en krijgt regelmatig de ‘duim omhoog’ van Costa. Op een gegeven moment is ook de rosé op. Dan komt de locale wijn op tafel. Mike heeft een grote jerrycan van 10 liter bij zich, en schenkt gewoon uit de grote vulopening wijn bij. De jerrycan lijkt een beetje op een benzinevat. ‘Ein Benzinkanister’ zegt Huna, en na 4 glazen van deze materie krijg ik dermate dubbele beelden en uitvalverschijnselen, dat ik werkelijk ga geloven dat er nog wat benzine in dat vat moet hebben gezeten. Lothar, één van de Duitse Hoek, een hele grote stoere 60-plusser met wit-grijs stekelhaar, eenzelfde kleur stoere baard, en een rode minizwembroek die je bij ons alleen nog maar ziet bij hééééééle stoere kerels op hééééééle foute stranden, heeft behalve uitvalverschijnselen ook omvalverschijnselen. Hij zit op een houten stoel naar het dansen te kijken, en tijdens het meeklappen valt hij gewoon zijwaarts met de stoel om! En in die stand blijft hij ook laveloos liggen. Alsof hij horizontaal op de stoel zit. We schrikken even, maar hij is gewoon zo zat as un schup. Met vier stoere kerels (mij incluis) brengen we Lothar naar zijn camper. We hebben nog moeite zat om hem op zijn bed te krijgen, want hij slaapt allang. We gaan terug naar het feestje in de taverne. Was dit een vistaverne, zo komt er ineens (het is 01:00 uur ondertussen) vlees op tafel. Er worden kleine bordjes neergezet, met daarop stukjes vlees met houten prikkers. We vermoeden dat het lam is, maar we hebben de 3 zwerfhonden al een paar uur niet meer gezien...
Rond 3 uur in de nacht is iedereen ineens helemaal naar de kloten. Ik ga afrekenen en moet €15,50 betalen voor ons tweeën. Ik geef een briefje van twintig en ben van plan hem twee euro fooi te geven, als hij met een briefje van vijf terug komt en zegt dat ‘het zo wel goed is’. Op zijn Grieks dan. Eenmaal terug in de camper wordt Monique niet lekker, en moet een paar keer andersom eten en drinken. Ik probeer haar een beetje in te gaten te houden, maar voorovergebogen met mijn hoofd tegen de kast leunend sta ik gewoon rechtop te slapen.
Er móet benzine in die kanister hebben gezeten. Daarna weten we niets meer. Niet eens hoe we in ons bed terecht zijn gekomen.
Kato Samiko - KM 26335 - N37°31.848’ E21°34.610’
mm2greece2009/maps weergeven op een grotere kaart
0 reacties:
Een reactie plaatsen